
Op 25 februari had de SHC de gelegenheid om Hassan Najja, directeur/bestuurder van Casade een aantal vragen te stellen. Het werd een aangenaam gesprek waarbij uiteenlopende zaken aan de orde kwamen. Dit artikel is een flink stuk langer dan de artikelen die we normaal op onze site plaatsen. Gezien de vrij unieke gelegenheid wilden we het interview niet in delen knippen. En ook niet heel erg inkorten. Vandaar de lengte van dit stuk.
V: Kun je je even in het kort voorstellen?
A: Mijn naam is Hassan Najja. Ik ben directeur/bestuurder bij Casade. Dat ben ik nu 2,5 jaar. Ik ben getrouwd. 4 kinderen: 2 meisjes en 2 jongens. En ik zit nu ongeveer 18 jaar in de volkshuisvesting waarvan ik het grootste gedeelte in Rotterdam heb gewerkt, 8 jaar lang. Daar was ik ook directeur/bestuurder. Dat was bij een woningcorporatie die stond onder verscherpt toezicht en bijzonder beheer. Het was een enorme uitdaging om die corporatie weer financieel gezond te maken.
V: Die overgang van Rotterdam naar Waalwijk. Was die groot?
A: Ja die was groot, mooi groot mag ik wel zeggen. Ik heb met heel veel plezier in Rotterdam gewerkt. Het was een hele leuke organisatie. Maar wat me vooral opviel is dat ik hier in het Brabantse, net iets meer de menselijke maat, het interpersoonlijke, de warmte, meer voel dan in Rotterdam het geval was. Het heeft echt te maken met of ik nou hier binnen de organisatie, of met de huurdersvereniging, of met de gemeente of ik loop in een wijk rond of bij een bewonersavond, ik merk dat overal terug. Dat zie je door de hele linie heen.
Dus dat Brabantse, dat menselijke, dat is echt. Men zegt “je moet niet alles over één kam scheren of generaliseren”, maar dat Brabantse herken je. Dat is hier de cultuur, dat persoonlijke, die menselijke maat is sterker dan in andere regio’s waar ik gewerkt heb. Veel sterker. En ik heb ook in Groningen gewerkt, ook een hele leuke organisatie en leuke mensen maar Brabant valt me echt op dat, het voelt als een warm bad.
Een ander verschil: In Rotterdam reed ik elke dag op en neer. En dat doe ik nog steeds. Kijk ik ben nu een uur en een kwartier onderweg en dat en naar Rotterdam was dat een uur en drie kwartier. Dat scheelt een uur per dag. En het verschil is ook van Rotterdam had je vaak het risico op nog meer files en dat heb je hier gelukkig wat minder. Het enige wat je ziet is dat bijvoorbeeld Den Bosch, Rosmalen (de A59) daar loopt het dan een beetje vast. Maar voor de rest heb je daar veel minder last van.
V: Hoe ben je zo in die corporatiesector terecht gekomen?
Ik werkte bij een Amerikaans bedrijf. En daar heb ik 15 jaar gewerkt en toen moest ik op een gegeven moment verhuizen naar het buitenland, en dat wilde mijn vrouw niet. Dat was de reden dat ik het land ben gaan zoeken naar een andere baan. En zo kwam ik in de corporatiewereld terecht.
Ik zit hier natuurlijk in mijn hoedanigheid als lid van de SHC. Zijn daar grote verschillen tussen huurdersvertegenwoordiging in Rotterdam en hier?
A: Zijn er grote verschillen? Ik denk het wel. Laat ik eerst even zeggen waar de overeenkomsten zitten. De overeenkomsten zitten heel erg dat het overal inderdaad gaat over de betaalbaarheid van de woningen. Dat zie je heel sterk.
Waar het verschil wel zit is dat in Rotterdam ze natuurlijk enorm te kampen hebben met wijken waar je echt heel, heel grote armoede hebt. En ook redelijk wat problematieken. Daar zie je wel wat verschillen met het landelijke gebied en dat we met de huurdersverenigingen vaak andere onderwerpen hebben dan zeg maar dat we het over bepaalde wijken hebben of dat er zich iets afspeelt. Het is veel meer, zeg maar, op dienstverlening in algemene zin, of de huren in algemene zin of huurbeleid of dat het ergens om een complex gaat waar iets gebeurt. Op het moment dat je echt over de leefbaarheidsissues hebt, zeg maar, op wijkniveau dat is hier minder.
V: En wat vind je van het overleg met de SHC?
Ja, wat ik ervaar… wat ik hier zo ontzettend mooi vind… Ja zoals ik al zei, ik loop hier al 2,5 jaar rond en wat ik zie dat er hele bedreven mensen in zitten, er zitten hele bedreven personen in die… 
V: Bedreven of gedreven?
A: Ge- en bedreven. Misschien moet ik dat zo zeggen. Enorm betrokken en enorm gedreven. En dat zie ik omdat ik, of we nou een bouwproject hebben of een informatiebijeenkomst of er is ergens iets wat te doen dat ik ALTIJD collega’s van de SHC daarvan zie komen. Dat ze daar betrokken bij zijn. Als ik hier op kantoor ben zie ik elke week wel een bepaalde werkgroep binnenkomen, aan het vergaderen. Dus dat zie ik echt, dat vind ik echt heel, heel waardevol. Dat vind ik trouwens hier MEER dan in Rotterdam, dat dat gebeurt.
Dus daarmee wordt er wel veel meer overlegd, er wordt veel met elkaar besproken. Ja en in de vergaderingen die we hebben, het is, ja weet je, het is de huurdersvereniging staat voor haar zaak maar blijft wel in verbinding. Blijft wel inderdaad nadenken van “Goh, wat is nou reëel?” En dat vind ik wel heel mooi. Dat je natuurlijk, de huurdersvereniging heeft natuurlijk bepaalde standpunten waarvoor ze willen knokken. En daar staan ze ook voor. Maar je raakt elkaar niet kwijt doordat er zoveel verschillen zouden zijn.
V: Ik weet niet of u weleens bij ons op de site kijkt?
A: Ja.
V: Daar staat nou een stukje op over de onlangs gehouden vergadering over huurbeleid en de huurverhoging. Daar hebben we weer een reactie op gehad van één van de huurders. Ik had daarop gezet dat wij een pittig gesprek gevoerd hebben. Met name over het feit dat wij eigenlijk vinden dat onze invloed, zeker op huurverhoging, eigenlijk niet meer dan symbolisch is. Het zijn rituele dansen waar je ieder jaar eigenlijk… Casade dezelfde argumenten naar voren brengt. En de SHC doet hetzelfde. Op het eind van het traject kunnen wij wel of niet akkoord gaan. Maar dat maakt geen verschil. Ik had daar in een klein stukje gezegd dat wij daar soms moeite mee hebben. Daar had hij op gereageerd. Zo van: “Jullie jullie brengen dus echt wel punten in.” Terwijl hij anders altijd zegt: “Jullie lopen aan het handje van Casade.”
A: Als je goed kijkt Kees, van wat jullie doen veel, eigenlijk doen jullie al veel meer op dat gebied als dat je zelf aan het beseffen bent. En wat eigenlijk inderdaad ook naar buiten, wat van buiten gezien wordt.
V: Wij zijn op dit moment bezig met het opstellen van een enquête. Naar de naamsbekendheid van de SHC en de huurdersbelangenverenigingen, niet meer dan dat. Kennen ze ons? En van daaruit gaan we straks kijken hoe we dat kunnen verbeteren.
A: Kijk. Als je bijvoorbeeld kijkt naar wat jullie doen al. Ook op het gebied van huurverhoging doen jullie al veel meer. En hebben jullie al veel meer binnengehaald. Wat bedoel ik daarmee? Als je bijvoorbeeld kijkt hoe ging het 5 jaar geleden of 10 jaar geleden, dat ging heel erg tussen een woningcorporatie en een huurdersvereniging. De laatste paar jaar is dat veranderd omdat alle huurdersverenigingen via de Woonbond eigenlijk al aan het onderhandelen zijn.
De Woonbond heeft ervoor gezorgd dat er een maximum op kwam van 4%, 4,1%. Terwijl de corporaties zeiden “we willen 6,5”. Hadden zij dat gesprek niet gehad dan hadden wij tweeën dat gesprek gehad dan hadden we 6,5 en jullie hadden 4 gezegd en dan waren we op 4 uitgekomen. Snap je? Dan had iedereen het gezien. Maar nu heeft de Woonbond dat gedaan, maar iedereen vergeet dat dat namens jullie is gebeurd. Dus je hebt wel degelijk meer binnengehaald in het voortraject. In het voortraject, door je te organiseren. En dan kun je moeilijk twee keer gaan onderhandelen, snap je? Ja, je hebt al onderhandeld en ga je aan tafel nog een keer onderhandelen.
V: Ik vind dat wel interessant, want daar heb ik nog nooit zo naar gekeken.
A: Nee, maar dat heb ik hier ook gezegd, want ik kreeg collega’s die zeiden van: “Joh, het voelt voor de SHC alsof ze in dat opzicht te weinig doen.” Ik zeg: “Maar ze doen heel veel. Ze doen heel veel.”
V: Nou we het daar toch over hebben. Wat zie je als belangrijkste taak in de omgang met de huurdersbelangenverenigingen en de SHC?
A: Ik denk dat het goed is dat we ook samen veel meer gaan optrekken van hoe ziet het netwerk eruit binnen de wijken? En buiten de wijken.
V: Wat bedoel je concreet met “netwerk”?
A: Nou omdat, kijk in een wijk heb je, je kunt er op een gegeven moment woningen bouwen en dan inderdaad onderhouden maar uiteindelijk waar het om gaat is van welke mensen wonen erin en hoe is de kwaliteit van wonen en leven in de buurt. De buurt krijgt ook steeds meer mensen vanuit de zorg, vanuit de geestelijke gezondheidszorg, van gehandicapten, van noem maar op. Drugsverslaving. Dus er gaat wel heel veel terugkomen op die wijken.
V: En wat zie je dan als jouw belangrijkste taak?
A: Om samen met de verschillende netwerkorganisaties te kijken welke rol je daarin zou kunnen spelen en elkaar zou kunnen versterken.
V: We hebben het er net al heel even over gehad, hoe kijk je aan tegen de communicatie vanuit de huurdersbelangenverenigingen naar de huurders? Heb je daar zicht op?
A: Ik denk dat, daar heb ik een klein beetje zicht op, maar het advies wat ik wel zou willen uitbrengen is om te kijken van hoe je op een meer diverse manier en op andere kanalen moet proberen om daar meer mensen te bereiken. Snap je? Dat is het enige wat ik denk dat mensen roepen van “we kennen ze niet”. En jullie doen heel veel maar hoe kom je in contact met mensen die je niet kennen terwijl jullie veel doen?
V: Nou, een van de grootste “problemen” (in mijn ogen) binnen deze hele SHC het zijn allemaal blanke mannen en vrouwen op een enkele uitzondering na. Dus wij moeten eigenlijk actief op zoek naar meer diversiteit maar dat is heel moeilijk om die te vinden. Dus ja, als jij in jouw netwerk nog mensen hebt, wij staan daar zeer voor open. 
A: Ja, dat zal ik zeer ter harte nemen. En misschien we daar ook elkaar in helpen. Om een keer wat meer promotie, communicatie, van veel meer inderdaad proberen mensen, ja, in ieder geval kenbaar te maken dat jullie er zijn. Ja, en ik denk dat het goed is, en ik heb dat een paar keer eerder gedaan. dat als ik iemand tegenkom zo kan ik hem tippen om een keer met jullie in gesprek te gaan natuurlijk. Want ik kom ook redelijk wat mensen tegen, zeg maar, waarvan je denkt: “joh, die zou daar misschien een rol in kunnen spelen, bij de huurdersvereniging.”
V: Ik wil nog één ding zelf kwijt. Ik ben hier nou twee keer op de gouden huurdersdag geweest. En volgens mij heb je er heel veel plezier in om met mensen te praten?
A: Ja. Oh, ik geniet daarvan. Ja, ik geniet er zo ontzettend van gewoon om met iedereen gewoon in contact te komen. Heel vaak ga ik, pak ik de auto en dan ga ik ergens heen. Dan zet ik de auto weg en dan loop ik door een wijk. En gewoon met willekeurige mensen praten. Of ik hoor iets dat er ergens iets is, vorige week bijvoorbeeld dat er ergens een lift kapot was. Maar dan zeg ik niet dat ik directeur ben, maar ik loop gewoon binnen en praat even met een groep gewoon om even te kijken hoe het gaat. Ja, maar dat heb ik vanaf het begin gedaan. Dus echt de wijk rondlopen, mensen te spreken. Ja, dat doe ik overal. In Waalwijk, in Dongen in Loon op Zand.
V: Ik moet wel zeggen: die Gouden Huurdersdag, dat is voor Casade denk ik ook een heel mooi moment om met de huurders in contact te komen.
A: En ik vind het ook heel positief, nou dat bedoel ik, dat jullie er ook bij waren. Dat jullie erbij zijn. Dat jullie inderdaad vertellen wie je bent. Snap je. Dat doet me ook goed.
V: Wat die Gouden Huurdersdag betreft: gaan we die volgend jaar nog een keer meemaken?
A: Zeker! Zeker! Met jullie erbij. We gaan dat weer samen doen.
V: Laat ik het zo zeggen. Als ik daar om me heen keek, de meeste mensen vonden het echt een feestje. En dat is het natuurlijk ook. En mij viel op dat ook vanuit Casade heel veel medewerkers met mensen in gesprek gingen. En er waren heel veel mensen die een drankje en een hapje verzorgden voor de huurders. Het was gewoon goed geregeld.
A: Het is wel leuk dat jullie dit ook doen. Dat we elkaar over en weer opzoeken.
Wij willen Hassan nogmaals hartelijk danken voor zijn tijd. En ondanks dat we niet altijd dezelfde belangen hebben spreken we de hoop uit dat we op een prettige en respectvolle manier met elkaar om kunnen blijven gaan.
Bekijk ook onze Facebookpagina